Dossier ‘Grijze druk’: “Het moet normaler worden om boodschappen voor je buurvrouw mee te nemen”
Nederland vergrijst, dat is geen nieuws. Maar in Steenwijkerland gaat die ontwikkeling sneller dan gemiddeld en dat heeft gevolgen die steeds zichtbaarder worden. In het dossier ‘Grijze druk’ duikt Streekomroep De Werven in de groeiende scheve verhouding tussen ouderen en de werkende leeftijdsgroep. Want wat betekent dat voor andere thema’s in de gemeente? Waar schuurt het of worden juist mooie oplossingen bedacht? Wij gaan op pad!
We leven in een steeds individualistischere samenleving. Nederland staat zelfs in de top vijf van meest individualistische landen ter wereld, maar laat nou juist het collectief, de sociale cohesie en de gemeenschapszin zo belangrijk zijn voor de samenleving van de toekomst.
In Steenwijkerland wordt dit tenminste gezien als een noodzakelijk antwoord op een groeiend vraagstuk. Want met een ouder wordende bevolking en een zorgsysteem dat dat nauwelijks kan bijbenen, verschuift de verantwoordelijkheid steeds meer naar de samenleving zelf. Bij Sociaal Werk De Kop zien ze dat dagelijks.
‘Red je zelf’

Tanja Simonis
De gemeentelijke visie op wonen, welzijn en zorg is helder: ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’. Dat betekent in de praktijk dat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen en meer op hun omgeving moeten leunen. De vergrijzende samenleving moet pas op latere leeftijd de zorg gaan aanvragen en het tot die tijd meer zelf redden.
“Het huidige zorgstelsel is niet houdbaar”, zegt teamcoach Tanja Simonis. “Dus moeten we anders gaan denken.” Sociaal Werk De Kop speelt daarin een belangrijke rol. De organisatie, gesubsidieerd door de gemeente, is een laagdrempelige plek waar inwoners terechtkunnen met vragen over onder andere zorg. “Je kunt hier voor van alles terecht en je hoeft er niet voor te betalen”, vertelt Tanja. “We proberen vragen in korte trajecten op te lossen of verwijzen door.” Een belangrijk onderdeel van het werk is mantelzorg en juist daar begint het te wringen.
Mantelzorg onder druk
Mantelzorg vormt de ruggengraat van het zorgsysteem: zo’n tachtig procent van alle zorg in Nederland wordt informeel verleend. In Steenwijkerland staan ruim 1300 mantelzorgers geregistreerd, maar in werkelijkheid zijn dat er veel meer. Toch wordt het steeds krapper.
“De vraag groeit zeker”, zegt coördinator mantelzorgnetwerk Paula Bierma. “Mensen wonen langer thuis, vaak met meer problemen. Waar ze vroeger al in een woonzorgcentrum zaten, proberen we het nu zo lang mogelijk thuis. Dat willen mensen ook, maar het maakt het wel steeds meer een zoektocht.” Ook de groep die deze zorg kan leveren verandert. “Vroeger kregen mensen vijf kinderen, nu zijn het er twee of geen”, zegt Paula. “Als je een groep tachtigjarige vrouwen vraagt, heeft de helft vroeger haar schoonmoeder verzorgd. Die woonde gewoon naast de deur. Dat is het klassieke beeld. Nu studeren kinderen ergens anders en blijven daar wonen. Dat maakt het ingewikkelder.”
Zilvervloot

Paula Bierma
Zie hier een vraagstuk van de ‘grijze druk’, of hoe het volgens beide vrouwen beter genoemd kan worden: ‘de zilvervloot’. Tegelijkertijd is er geen simpel alternatief. Nieuwe woonzorgcentra worden niet gebouwd, want ze bieden geen oplossing omdat er te weinig personeel is. “Je kunt ze wel bouwen, maar als je geen personeel hebt, blijft het leeg”, zegt Paula nuchter. Daarmee wordt de beweging richting ‘langer thuis’ niet alleen een wens, maar ook een noodzaak.
“Het is ook goed om zo lang mogelijk dingen zelf te blijven doen”, meent Tanja. “Als je in een woonzorgcentrum gaat wonen, wordt ineens alles voor je gedaan. Terwijl actief blijven juist helpt om langer gezond te blijven.”
De oplossing: informele zorg. Als de zorg het niet meer alleen kan, verschuift de blik naar de omgeving. “We zeggen: weet wie je buurvrouw is”, bepleit Paula. “Zodat je haar kunt vragen om hulp. Het moet normaler worden om tegen je oudere buurvrouw te zeggen: zal ik boodschappen voor je meenemen?”
Volgens Tanja draait het om wederkerigheid. “Misschien zet de buurman je vuilnisbak buiten en maak jij een keer soep voor hem. Zo ontstaat balans. Niemand wil alleen maar hulp vragen.” De oplossing ligt daarmee volgens beide vrouwen steeds vaker in kleine, alledaagse handelingen en in het versterken van gemeenschapszin.
Geen probleem
Maar hoe realistisch is dat? Want tegelijkertijd schuurt dat idee met hoe de samenleving zich heeft ontwikkeld. “We zijn individualistischer geworden, dat klopt. Maar kleine dingen willen mensen echt wel voor elkaar doen”, meent Tanja. Toch zit daar een duidelijke grens. “Mensen willen heel graag helpen, maar willen wel weten waar ze aan toe zijn. Dat je niet begint met boodschappen doen en drie weken later elke dag steunkousen aantrekt. Het moet overzichtelijk blijven.” En niet iedereen heeft een netwerk om op terug te vallen. Juist daar wordt de kwetsbaarheid zichtbaar: de oplossing ligt in de omgeving, maar die is niet voor iedereen vanzelfsprekend aanwezig.
Tanja en Paula zien de vergrijzing overigens niet als een probleem. “Er wordt vaak een negatief beeld geschetst, maar veel ouderen redden zich prima. Misschien moeten we leren hoe we op een prettige manier oud kunnen worden”, zegt Tanja. Volgens haar vraagt dat ook om andere gesprekken. “Moet alles wat medisch mogelijk is ook altijd gebeuren? Dat zijn vragen die we vaker moeten durven stellen.”
De ‘grijze druk’ of ‘zilvervloot’ krijgt daarmee een ander perspectief. Het is geen probleem, maar een realiteit die vraagt om aanpassingen in de samenleving. Of, zoals het in Steenwijkerland steeds vaker zal klinken: minder kijken naar wat de zorg kan oplossen en meer naar wat mensen voor elkaar kunnen betekenen. Tenminste, dat is waar Paula en Tanja voor pleiten.



