Jasper Krommenhoek schaatst liever in olympisch Nice dan in Heerenveen
Hij is net terug van een hoogtestage in het Franse Font Romeu en zou voor de Olympische Winterspelen 2030 graag opnieuw naar Frankrijk afreizen. Maar binnenkort kan het olympisch schaatstoernooi weleens definitief aan het Friese Thialf worden toegewezen. “Dan bungelt het schaatsen wel heel erg onderaan die vijf ringen.”
Hemelsbreed is de afstand van zijn woonplaats Steenwijkerwold naar Thialf in Heerenveen slechts zeventien kilometer. Maar het eventuele thuisvoordeel bij de volgende Olympische Spelen weegt voor stayer Jasper Krommenhoek niet op tegen het gemis van de specifieke olympische sfeer. En niet alleen dat.
Medaillekandidaat
Met zijn persoonlijk record van 12.49 minuten op de 10 kilometer is Jasper een serieuze kandidaat voor deelname aan de volgende Olympische Spelen. Als lid van de Nederlandse ploeg ben je dan meteen ook medaillekandidaat. Maar eventueel sportief succes is voor Jasper niet zaligmakend.

Jasper Krommenhoek: “In Thialf wordt het allemaal wel heel erg Nederlands en steun je het Franse schaatsen ook niet” (foto: De Werven).
Dat Thialf samen met Turijn kansrijk werd om in 2030 het langebaanschaatsen tijdens de Winterspelen te organiseren, werd al in februari tijdens de Spelen in Milaan bekend. Jasper was er toen nog niet zo mee bezig. Pas begin mei werd het serieus, toen in het nieuws kwam dat Heerenveen de enig overgebleven kandidaat leek. “Het begon voor mij pas echt te leven”, begint Jasper, “nadat de topschaatsers van de schaatsbond daarover een brief kregen. Het is een once-in-a-lifetime opportunity, stond daarin. Een grote kans die we niet door de vingers moesten laten glippen.”
Olympisch dorp
Jasper en veel andere schaatsers, zo hoort hij, zien dat toch anders. “Ik denk dat het voor schaatsers in Thialf niet heel erg leuk zal zijn. Je krijgt dan heel weinig het Olympische Spelen-gevoel mee. Het is juist zo mooi dat alle sporten bij elkaar in de buurt zijn, dat je een grote openingsceremonie meemaakt en in het Olympisch dorp verblijft. Dat het zo echt iets speciaals is, terwijl we ongeveer het hele jaar al in Thialf zijn.”
“Ook voor het internationale aanzien van het schaatsen lijkt het me niet geweldig”, vervolgt Jasper. “Het is internationaal al niet de meest bekende sport en dan ga je het ook nog 1500 kilometer verderop in Nederland organiseren. Nou, dan bungelt het schaatsen wel heel erg onderaan die vijf ringen. In Frankrijk zal je veel meer Frans publiek hebben, terwijl maar een klein percentage aan buitenlandse toeschouwers naar Thialf zal komen. Dan wordt het allemaal wel heel erg Nederlands en steun je het Franse schaatsen ook niet. Daar is schaatsen best wel booming, zodat je het daar heel mooi verder kunt promoten.”

Jasper Krommenhoek tijdens een recent trainingskamp op hoogte in het Franse Font Romeu (foto: Reggeborgh).
Winnen
Jasper zal tijdens de Winterspelen in 2030 26 jaar zijn. Staat winnen in de bloei van zijn loopbaan dan niet voorop? “Ik wil me dan natuurlijk heel graag plaatsen en ook winnen. Maar het schaatsen is ook gewoon een mooie sport, en ik zou graag willen dat het schaatsen zo groot en internationaal mogelijk wordt. Het is tien keer leuker om van schaatsers uit twintig verschillende landen te winnen dan van een stuk of drie.” Over buitenlandse concurrentie heeft Jasper op de 10 kilometer niet te klagen en tijdens de Spelen in Milaan was er voor de Nederlandse mannen op de vijf klassieke afstanden ook geen goud. Jasper: “Uiteindelijk is dat wel goed voor het schaatsen.”
Het scheelde overigens niet veel of Jasper was dit jaar al olympisch schaatser. Vlak voor het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT) werd hij met een scherp persoonlijk record derde bij de NK Afstanden. Zijn kansen om zich bij de eerste twee schaatsers te plaatsen, werden echter vergooid door een opspelende rugblessure en de onzekerheid en spanning die dat met zich meebracht.
Spanning
“Dat was wel een domper, maar ook een goede ervaring. We hebben haast elk jaar wel zo’n kwalificatietoernooi, maar dit was echt anders. Er was heel veel spanning en die was vooraf goed voelbaar in ons hotel. De staf had daarom gezorgd voor puzzels, spelletjes, een Wii en een pingpongtafel, maar het was toch een heel bijzondere tijd. Ook omdat een ploeggenoot nu je concurrent was. Als ik in 2030 aan de Olympische Spelen in Heerenveen zou mogen deelnemen, zou ik zeker weer voor een hotel of het Olympisch dorp kiezen en niet thuis gaan slapen. Eerst moet ik me echter de komende jaren nog verder zien te ontwikkelen. Daarna zou eventuele plaatsing voor élke Olympische Spelen, ook in Heerenveen, al mooi zijn!”
‘Een Franse schaatser grapte al of we ook een Eiffeltoren in Friesland gingen bouwen’
Tijdens een OKT speelt het mentale gedeelte ook een belangrijke rol. “Klopt en ik denk wel dat ik daar in december ook wat van heb geleerd. Je legt jezelf toch bepaalde verwachtingen op en daarmee komt er druk op jezelf te staan. Dat heb ik misschien wat te veel gedaan. Ik ben tot nu toe maar twee keer bij de senioren voor Team NL uitgekomen, beide keren in Polen. Dat waren ook toernooien met alle teams en nationaliteiten bij elkaar in hetzelfde hotel en dat is hartstikke leuk.”
“Dat heb je ook bij de Olympische Spelen en het is dan nog leuker dat je met shorttrackers, kunstrijders en ijshockeyers te maken hebt. Die zie ik niet vaak. De echte vedetten onder de schaatsers, met heel veel ervaring, hebben ze misschien al honderden keren gezien, maar zoiets kan mij een boost geven. Ook het meemaken van de officiële openingsceremonie zou mij zeker veel positieve energie geven. Dat is toch heel anders dan hier in Heerenveen even het bekende schaatscafé It Houtsje binnenlopen.”
Dichter bij het vuur
Jasper hoort ook van schaatsers die wel graag de Spelen naar Thialf zien komen. Vaak Friezen, zegt hij, maar buitenlandse schaatsers zien dat veel minder zitten. “Een Franse schaatser grapte al of we ook een Eiffeltoren in Friesland gingen bouwen. Wat de beslissing ook wordt, de schaatsers zullen het ermee moeten doen en kunnen weinig invloed uitoefenen op het IOC. Maar wat mij betreft bouwen ze in Nice een mooie pop-up baan, waar de Fransen ook naartoe kunnen komen. Dan zit je gewoon dichter bij het vuur, letterlijk en figuurlijk. Dat lijkt me voor de sport een stuk beter.”



